Het maakt uit wanneer je energie gebruikt. Niets mis met die slogan van netbeheerder Stedin. Maar dat vraagt niet om handmatige aanpassingen, niet door degenen die de klok zetten en ook niet door de gebruiker. Automatisering is de sleutel tot het voldoen aan de behoeften en het ontzorgen van de gebruiker. Flexibiliteit is geen werkwoord – het is iets dat gebeurt terwijl je andere dingen doet. Eenpansgerechten koken als het net op rood staat – zoals de eKlok-campagne suggereert – zal het verschil niet maken. Sterker nog: de suggestie dat je ingrijpend je leven moet veranderen ten behoeve van het elektriciteitsnetwerk is belachelijk. Een klok die je toeroept om naar huis te gaan en te koken, de was te doen: welkom in de jaren ’50. De werkende vrouw als veroorzaker van netcongestie.
De meeste grote elektriciteitsverbruikers zoals elektrische auto’s en warmtepompen kunnen automatisch worden aangestuurd op basis van prijzen: alle voordelen, geen verlies van comfort en geen noodzaak voor handmatige aanpassing. Het versnellen van het proces om nieuwe, tijdvariabele tarieven in te voeren (nu voorzien voor 2028) is daarom een belangrijk deel van de oplossing. Ervoor zorgen dat consumenten met hun elektrische auto’s, zonnepanelen, thuisbatterijen, warmtepompen en boilers ook kunnen deelnemen aan lokale flexibiliteitsmarkten via een aggregator is een andere belangrijke kortetermijnactie die vandaag al groot effect kan hebben. In Groot-Brittannië zijn thuislaadpunten de grootste bron van flexibiliteit geworden die door netbeheerders wordt ingekocht. Wanneer opent de Nederlandse lokale-flexibiliteitsmarkt die open is voor slimme-laaddiensten, voor de energieleveranciers die vandaag al warmtepompen slim aansturen, voor de laadpas-apps die nu al publieke laadsessies slim kunnen plannen?
Laten we goed naar de klok kijken, maar ook naar de kalender. Het is 2025, niet 1955.

